The future of kindness

Hoe kunnen we er in een tijd van sociale media, AI en steeds extremere individualisering voor zorgen dat we kind voor elkaar blijven? Is er nog hoop? Die vraag stelt een student aan het einde van de lezing ‘The future of kindness’ van filmregisseur Wim Wenders (o.a. Paris, Texas) aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Een gevoel van triestheid overvalt me. Dat je die vraag überhaupt moet stellen!

In zijn lezing voor het Nexus Instituut gaat Wenders o.a. in op de originele betekenis van het woord kind. Oorspronkelijk betekent het aangeboren, verwant (kin). Ben je van dezelfde ‘stam’, dan ben je een gelijke en verdien je als het ware om vriendelijk en met respect behandeld te worden. Pas in de late Middeleeuwen verschuift de betekenis naar een deugd die voor de hele mensheid geldt, dus ook voor onbekenden.

In de huidige maatschappij is er helaas steeds minder ruimte voor vriendelijkheid. We turen liever op onze telefoon, leven in onze eigen bubbel en schaven zo de kans op menselijke aandacht en vriendelijkheid als het ware weg, aldus Wenders. Want, zegt hij, vriendelijkheid begint met kijken; met een situatie waarin je de ander ziet, met oogcontact. Of je wel of niet reageert heeft dan weer te maken met empathie. In milliseconden bepaalt je brein of je iemand wel of niet te hulp schiet of vriendelijk toelacht. Wenders bespreekt ook het verschil tussen egoïsme (selfishness) en onbaatzuchtigheid (selflessness). En wat zegt het feit dat veel mensen de halve dag bezig zijn met hun zelf (selfies) over ons?

Terug naar de student, is er nog hoop? Wenders wil met zijn verhaal een waarschuwing afgeven, antwoordt hij, maar toch vooral een aanmoediging. Want kindness is heel simpel: je moet het gewoon doen. Leg die telefoon eens aan de kant. Kijk rond, maak contact. Spreek iemand aan. Lach. Het is besmettelijk belooft hij (en weet ik gelukkig uit eigen ervaring). Een glimlach van een vreemde kan soms je dag redden en jouw glimlach die van een ander.

Dat de praktijk weerbarstig is, blijkt overigens al meteen aan het einde van de sessie. Volgens enkelen in de zaal heeft de gespreksleider te laat oog voor de vragen bij het publiek. “Weer zo’n ouwe witte boomer”, sist de vrouw naast mij. Twee rijen achter ons begint iemand te roepen. De gespreksleider zelf reageert enigszins verbolgen. Hij had toch gezegd dat vragenstellers naar de microfoon midden in de zaal moesten lopen. Nou dan! Meer protest uit de zaal.

Kindness. Er is duidelijk nog een wereld te winnen.

Geef een reactie