Het Gouden Pad

Onze gezinswandelvakantie is inmiddels een heuse traditie en dit jaar (ons 1e lustrum) lopen we een deel van het ‘Gouden Pad’ in Tsjechië, ooit een middeleeuwse handelsroute van Passau naar Bohemen. Vroeger werd er vooral zout over het pad vervoerd. Dat verklaart de naam, want zout was vroeger goud waard.

Dag 1: Jičín – Sobotka (ca. 24 km)

Een taxi brengt ons vanuit Jičín naar het startpunt in Mnichovo Hradiště (heerlijk die Tsjechische namen waar je je tong over breekt). Na wat gesteggel over het startpunt van de route gaan we op weg. Zo’n drie uur en nog veel meer gesteggel later, crisisberaad op het terras van een potdicht hotel, op een verlaten kruispunt in the middle of nowhere. Onze oudste zoon kan niet meer verder. Zijn knie doet verschrikkelijk veel pijn. Ja jongen, dat heb je er nu van als je ongetraind de Dam-tot-Damloop rent.

De eerste de beste auto die over het kruispunt rijdt, wordt aangehouden. Na wat gewapper met Tsjechische kronen is de chauffeur graag bereid onze zoon naar Sobotka te brengen.  Net als hij instapt, zien we op de achterbank een indrukwekkend mes, een geweer én een politiepet liggen. Ai. Is dit wel vertrouwd?

Als we rond vijven ons hotel in Sobotka binnenlopen, zit zoonlief prinsheerlijk in de zon op het terras. De man bleek een jager, vandaar de wapens. En de politiepet? “Die legt hij op zijn dashboard als hij ergens parkeert”, lacht onze zoon. “Hij betaalt nooit en krijgt zo geen boete.” Aha, dus zo doen ze dat in Tsjechië.

Dag 2: Sobotka – Turnov (ca. 24 km)

De oudste zoon besluit niet meer mee te lopen. Hij belt later wel een taxi. Geen zorgen, hij komt de dag wel door. Met z’n vijven aanvaarden we na het ontbijt een stevige tocht met veel hoogtemeters, geweldige vergezichten en indrukwekkende kastelen met onuitspreekbare namen. Alles in een prachtige herfstgloed: het Gouden Pad is zijn naam meer dan waard. Wel begint de jongste zoon wat met zijn been te trekken. Pijn in de rechtervoet. Ach, ‘t is toch wat. Misschien toch wel goed om die voet morgen wat rust te geven, sorteert hij alvast voor op zijn voortijdige beëindiging van de wandeling.

Dat noemen ze dan het sterke geslacht. Tsss.

Als we ’s avonds aankomen in Turnov, is de eerste gang naar het terras waar nog net de zon op valt. Of ze bier hebben? De serveerster kijkt ons met een uitgestreken gezicht aan. “Beer? Of course, you are in the Czech Republic!” Die zit. Vijf minuten later staan er een paar halve liters voor onze neus. Aan een bescheiden fluitje doen ze hier niet.

Dag 3: Turnov – Kozakov (ca. 22 km)

We laten vandaag twee zonen achter, die niet de indruk wekken dat ze het héél erg vinden om niet mee te wandelen. Ze zoeken wel ergens een koffietentje in Turnov en gaan wat werken. Maar veel plezier jullie, hè!

Na het inslaan van wat voorraad (onderweg is veel dicht, want einde seizoen) gaan we op pad. De route is vandaag gelukkig iets minder lang en opnieuw overweldigend mooi. Terwijl wij de kilometers wegwandelen, krijgen we foto’s binnen van team 2. In een koffietentje aan de koffie, ginnegappend in de taxi, en later aan de Aperol Spritz. Ja jongens, zo kunnen wij het ook!

Dag 4: Kozakov – Jičín (28 km)

De hoogtemeters zitten vandaag vooral aan het begin, waarschuwt onze dochter als we ’s morgens vroeg uit Kozakov vertrekken. “Fijn”, lach ik nog, “we kunnen het maar gehad hebben.” Een uur later is het lachen me volledig vergaan. Stijgingspercentages van rond de 30% zijn echt niet lollig. Maar opgeven is geen optie, dus ploeteren we meter voor meter naar boven. Om bij elke bocht te constateren dat het einde nóg niet in zicht is. Na zo’n 3,5 km continu klimmen de beloning. In de snijdende wind, maar mét de zon op het gezicht, genieten we van het uitzicht en onze prestatie.

In de afdaling begint zoon drie een moeilijk gezicht te trekken. Achillespees. Na nog een paar kilometer strompelen gooit ook hij de handdoek in de ring. Een telefoontje met team 2 leert dat die alweer in de taxi zitten op weg naar het volgende hotel. Ze hebben inmiddels een band opgebouwd met de plaatselijke taxichauffeur en voor wat extra Tsjechische kronen is deze dan ook best bereid om ook de laatste zoon op te halen.

Rond vijven lopen we Jičín binnen. Net op tijd, want na vier dagen stralend weer begint het te stortregenen. De jongens vormen een kleine erehaag bij de ingang van het hotel. We hadden niet anders verwacht, het zijn de oudjes en dochter die de familie-eer hoog hebben gehouden.

Geef een reactie