
In sommige gezinnen heeft de man ‘de broek aan’, in sommige de vrouw. Bij ons is het zonder twijfel onze hond Ollie. Zo heeft hij een tijdje geleden besloten dat hij zelf wel bepaalt of hij zin heeft in de wandeling en liefst ook nog welke route we nemen.
Dit gebrek aan zin uit zich op verschillende manieren: voor dood blijven liggen als we ‘m roepen, onder de tafel kruipen, in de tuin verstoppen of luid blaffend op het gazon zijn ongezouten mening geven. Aan een wandeling met mij alleen moet hij al helemaal niet meer denken. Maar omdat mijn man een weekje bij onze zoon in Rome aan het klussen is, zijn we tot elkaar veroordeeld.
’s Morgens gaat het nog wel. Uitgelaten kwispelend wacht hij me op, laat zich de halsband omdoen en aanlijnen. We lopen vrolijk de oprit af en afhankelijk van de luim van de dag gaan we linksaf of rechtsaf. Tot zover niks aan de hand. In de middag is het een ander verhaal. Dan staat meneer óók te kwispelen, springen en blaffen van plezier, maar eenmaal op de oprit wil hij maar één kant op en dat is naar het grote bloemperk in de voortuin om daar wat rond te scharrelen. Ik doe dan maar net of het zo hoort, ga ook het perk in en trek hier en wat onkruid uit (er staat altijd ruim voldoende van…).
“Jij bent de baas”, zegt mijn man altijd. “Je geeft ‘m te veel ruimte. Ík bepaal welke kant ik op ga en trek ‘m gewoon mee.” Ja ja, dat zal wel. Maar een hond met vier poten in de weerstand mee trekken, is niet mijn idee van een gezellige wandeling. En als het nou alleen bij de start was, maar op mindere dagen herhaalt het ritueel zich zowat bij elk pad dat ik wil inslaan. Zijn ongenoegen laat hij voortdurend blijken door eindeloos bij elke grasspriet stil te staan en elke struik aandachtig te besnuffelen. Als hij losloopt en hij is het niet eens met de route, blijft hij gewoon stokstijf staan. Drie keer raden wie dan met hangende pootjes omdraait.
Maar nu heb ik er genoeg van. Want inderdaad, wie is hier eigenlijk de baas? Als hij bij vertrek voor de zondagochtendwandeling de beweging naar links maakt, hou ik ‘m kort en spreek hem op ferme toon toe. “Nee Ollie, ik ben hier de baas!” Ollie kijkt me (meewarig?) aan en gaat zitten. Na een paar minuten ‘onderhandelen’ (lees: beurtelings trekken aan de looplijn) bepaal ik dat we vandaag linksaf slaan. Wijlen Johan Cruijff zei het al: Als je niet kunt winnen, zorg dan dat je niet verliest.”