Potje badminton

“Hé mama, potje badmintonnen?” Mijn oudste zoon, die een paar weken in Nederland is om bij te komen van de extreme hitte in Rome, kijkt me vragend aan. Ik meen in zijn ogen een blik te zien van: die laat ik even alle hoeken van het verdorde gazon zien. Nou jongen, dan ken jij je moeder nog niet.

Ik schop mijn slippers uit en daar gaan we. Ik moet toegeven, in het begin valt het tegen. De eerste shuttles die mijn kant op komen, suizen langs mijn oren en met mijn racket zet ik vooral lucht in beweging. “Ik moet er even inkomen”, roep ik verontschuldigd naar de overkant van het provisorische net, dat tussen twee keukentrapjes is gespannen. Mijn zoon lacht. “Geen probleem, mama.”

Dan krijg ik de slag te pakken. Als een jonge hinde (nou ja, zo goed als) ren ik over het gazon. Ik sta er zelf nog het meest van te kijken, maar vrijwel elke shuttle gaat terug over het net (behalve die hele hoge die in de boom blijven hangen). “Zoooo”, zegt mijn zoon bewonderend en duidelijk verrast. “Gaat goed mama.”

Dan gaat onze jongste zoon zich ermee bemoeien. Hij zal zijn broer weleens eventjes laten zien hoe het moet. Als de shuttles ook hem om de oren vliegen, neemt manlief het even over. Ha, had je gedacht. Als ik een half uurtje later rood aangelopen en lichtelijk bezweet de complimenten én een ijskoud biertje van de drie mannen in ontvangst neem, ben ik behoorlijk tevreden over mezelf.

De volgende ochtend krijg ik mijn rechterarm niet meer omhoog. Maar dat terzijde.

Plaats een reactie