Trap

Als we op bezoek komen bij mijn moeder treffen we haar kamer leeg. Ik loop het kantoortje van de verzorging binnen om te vragen waar zij is, maar zij weten het niet. Omdat ik vermoed dat haar broer haar heeft opgehaald voor een wandelingetje, iets wat hij regelmatig doet, maak ik me geen zorgen. Mijn man gaat even tanken en ik pak een boek uit de minibieb op de afdeling, nestel me in een stoel en wacht al lezend op haar terugkomst. 

Als ik een tijdje later op de badkamer kom, zie ik daar ineens de rolstoel staan. Hé, hoe kan dat? Dan is ze in elk geval niet met haar broer op pad. Dan pas valt me op dat de rollator weg is. Is ze zelf aan de wandel gegaan? Ver weg kan ze niet zijn want ik heb net van de verzorgende gehoord dat ze die middag niet in staat was om de ca. 20 meter naar de huiskamer te lopen. Toch maar op zoek. Samen met twee verzorgsters lopen we de hele (grote) verdieping af, kijken binnen waar deuren openstaan maar geen Mia te vinden. “Misschien is ze opgehaald door de kapper”, oppert iemand. Dus ren ik naar beneden, maar nee, daar is ze ook niet. Net zomin als in het restaurant. 

Nu begin ik me wél zorgen te maken en ik zie aan de gezichten van de verzorgsters dat zij dat ook doen. “Ze is in elk geval niet van de trap gevallen”, zeg ik “want dan hadden we haar al lang zien liggen. En zelf met de lift naar de begane grond en naar buiten lijkt me ook sterk.” Maar waar is ze dan? Een paar minuten later hoor ik roepen: “We hebben haar gevonden”. Ik loop de lange gang door, sla linksaf de volgende lange gang in, loop die helemaal door, ga door een klapdeur en kom uit in een uithoek van het gebouw, bij een smalle trap naar de begane grond. Bovenaan de trap staat de rollator van mijn moeder. Zelf zit ze helemaal onderaan, op de eerste trede, hand aan de reling, als een klein vogeltje ineengedoken. Hoe ze beneden is gekomen? Geen idee. Ze kan het zelf niet vertellen. Ze bibbert van de kou. Hoelang zit ze hier al met de billen op de koude trap? Ik verwijt mezelf dat ik niet meteen in actie ben gekomen. “Wilde je ergens naar toe?”, vraag ik haar. “Bij iemand op bezoek?” Ze haalt haar schouders op. “Nee.” “Wat was je hier aan het doen dan?” Weer haalt ze haar schouders op. “Weet ik niet.”

We kunnen er niet over uit dat ze zo ver in haar eentje heeft kunnen lopen. Dat ze met haar wankele gestel niet van de trap is gevallen is een wonder. Zelf doet ze er nogal nuchter over. Als we haar in de rolstoel hebben gezet en opgelucht terugrijden naar haar kamer zegt ze ineens met heldere stem: “Zo, nu heb ik wel zin in koffie.” 

3 gedachten over “Trap

  1. Och Margo wat je niet allemaal meemaakt met je moeder , het is wat.. mooi beschreven en dan die koffie moet ik wel weer om lachen! Neem aan dat je er zelf ook aan toe was 😀

    Like

Plaats een reactie