Worstje

“Het lijkt hier soms wel een kleuterklas”, moppert mijn vader. Hij is behoorlijk gefrustreerd over de betuttelende behandeling die hem en mijn moeder soms ten deel vallen in het verpleeghuis. “Over de verzorging niets dan goeds hoor”, haast hij zich te zeggen. “Het is alles wat níet mag en die stomme regels die mij onderhand de keel uithangen. Ik ben geen 86 geworden om me hier de les te laten lezen.” Gelijk heeft hij.

Zo is hij in een woordenstrijd verwikkeld met de uitbater/eigenaar van het restaurant. De afgelopen week is hij bij het verlaten ervan – bijna letterlijk – in zijn kraag gegrepen door de uitbater. “Alsof ik een dief ben”, zegt hij geïrriteerd. “Ik had een potje appelmoes bij het eten besteld, maar wist niet dat ik dat apart moest afrekenen. De appelmoes is alleen maar gratis als je óf geen vlees óf geen groenten eet. Dat is mij dus nooit verteld. Wat een flauwekul trouwens, het gaat verdorie om 50 cent. Ik probeerde er nog een grapje van te maken door te zeggen dat wij all-inclusive hadden geboekt. Maar daar kon die man niet om lachen.”

Het kan er bij mijn vader niet in dat ze tijdens de maaltijden niet zelf een plekje mogen uitzoeken. Iedereen heeft een vaste zitplaats en een keertje ruilen met een ander echtpaar ‘om eens andere praat te hebben’ is niet toegestaan. Het zit ‘m bovendien hoog dat hij nooit eens een lekker biefstukje kan bestellen. Met zijn eetlust is het – na corona – slecht gesteld, maar een biefstukje, dat zou er wel ingaan. Maar nee, het is eten wat de pot schaft. Het antwoord op mijn vaders verzoek is dan ook ‘daar kunnen we niet aan beginnen’. Stel je voor dat iedereen een biefstukje wil!

De klap op de vuurpijl is het worstje dat een vriend van mijn ouders meebrengt en in het restaurant aansnijdt. “Die worst ligt amper op tafel of daar is die vervelende vent alweer”, vertelt mijn vader. “U bevindt zich in een restaurant hè meneer, meegebrachte waren mogen hier niet mogen genuttigd.” “Wat nou restaurant”, antwoordt mijn vader op hoge toon. “Ik kan dit met de beste wil van de wereld geen restaurant noemen, ik vind het meer op een kantine lijken.” Waarmee hij voorlopig het laatste woord heeft.

2 gedachten over “Worstje

  1. Oh wat vreselijk moet dat zijn inderdaad, nooit eens ruilen van plek en dan die onvriendelijkheid … triest. Gun die mensen op hun oude dag toch wat vreugde en lekker eten..

    Like

Plaats een reactie