
Ik zie een oude foto van een jonge vrouw op het Journaal en herken haar meteen. Wies Hensen. Vermoord. Dit jaar precies 30 jaar geleden, tijdens de jaarlijkse kermis in Budel. Ze was 32 jaar oud. De dader is nooit gevonden en de politie doet nu een ultieme poging om hem (of hen) op te sporen. Met DNA-onderzoek, een podcast en een speciale actie waarmee je met een VR-bril teruggaat naar de vindplaats in de ochtend dat haar lichaam werd gevonden. In de hoop dat het herinneringen oproept die mogelijk nieuwe aanknopingspunten bieden.
Over de doden niets dan goeds, maar ik heb slechte herinneringen aan Wies, destijds beter bekend als ‘Dikke Hens’. Ze was een bekend dorpsfiguur. Een imponerende vrouw, groot en sterk, die behoorlijk agressief uit de hoek kon komen. Zeker met een glaasje te veel op. Menig volwassen man liep een straatje voor haar om. Ik kwam haar voor het eerst tegen toen ik als vijftienjarige voor het eerst ‘op stap’ mocht. Samen met mijn beste vriendin. Met de bus van zeven uur naar Budel en met die van elf uur terug. Als ik dit aan mijn kinderen vertel, liggen ze in een deuk.
Ondanks de extreem vroege begin- en eindtijd van onze eerste stapavond knalden wij van de zin. De hele middag koortsachtig beraad over ‘wat trek jij aan?’. Uitgebreid opmaken en haren föhnen. Op de achtergrond ‘Het weeshuis van de hits’. Vanuit de bus linea recta naar dancing De Riva, waar je op dat tijdstip nog een kanon kon afschieten. Uit de speakers klonk ‘Celebrate’ van Kool & The Gang en aan de bar dronk ik mijn eerste pilsje.
Een uurtje of wat later op de damestoiletten, zien we bij de wastafels een grote vrouw – Wies – in een leren jack. Via de spiegel kijkt ze ons met boze blik aan. Wij hebben na een paar pilsjes de slappe lach en zij denkt dat we haar uitlachen. Ze draait zich om, loopt met twee grote stappen naar mij toe, haalt uit en geeft me een keiharde klap in mijn gezicht. Ik schrik me dood. Mijn lip is gescheurd en bloedt flink. Op mijn wang brandt een grote rode vlek. Wies vertrekt met slaande deur. De andere meisjes op de wc vertellen met wit weggetrokken gezichten dat het ‘Dikke Hens’ is die mij heeft geslagen.
De elf uur halen we die eerste stapavond niet eens. Met de eerstvolgende bus naar huis. Mijn vader zit in zijn stoel bij het raam en ziet mij huilend aankomen. Hij vliegt overeind, trekt de deur open en roept, klaar om in actie te komen, “welke kerel heeft dat gedaan?” “De Dikke Hens”, huil ik. “O”, zegt mijn vader. En gaat weer zitten.
De jaren daarna heb ik haar zorgvuldig gemeden. Wies’ moordenaar is trouwens nog altijd niet gevonden.
hallo Margo!
dank je weer voor het mooie levendige
verhaal, ik zie t voor me en leef mee..
jeetje schat toch, je eerste avond uit
die Wies
ik wou je even groeten
knipoog en
veel liefs
Clea
Verstuurd vanaf mijn iPhone
LikeLike
Nooit geweten Margo, maar het moet vreselijk voor je zijn geweest.
Gelukkig heb ik ook een andere Wies gekend. Met zoveel liefde voor de kinderen van haar zussen.
LikeLike
Ja dat las ik laatst ook, en ook dat ze zelf heel graag kinderen wilde. Ik was doodsbang voor haar. Triest dat het zo met haar is afgelopen.
LikeLike
Het verhaal gaat eigenlijk vooral over de reactie van mijn vader…
LikeLike