Weemoed

Het plan was op zondagmiddag met z’n tweeën bij mijn ouders op bezoek te gaan, maar Corona gooit roet in het eten. Mijn vader belt op zaterdag om te vertellen dat er nog maar één bezoeker mag komen, voor maximaal een uurtje. Ook met Kerstmis. Hij klinkt verontwaardigd. “Zo is er niks meer aan.” Gelijk heeft hij.

Dus rijd ik op zondag alleen naar Budel. In het verpleeghuis is het stil. Alle gezelligheid is weg. De zitjes op de gangen zijn weggehaald, het winkeltje is dicht en hetzelfde geldt voor het restaurant. Als ik door de uitgestorven gang naar het appartement van mijn ouders loop, kijk ik links en rechts in de kamers. Overal hetzelfde: oude mannen en vrouwen die hun dagen slijten voor de televisie.  Ook mijn ouders zitten voor de buis. Hoe het met ze gaat? “Mwah. Niet zo best”, vertelt mijn vader. “Alles is weer afgelast, inclusief het Kerstdiner waar we ons op hadden verheugd. We mogen eigenlijk niet meer van de kamer af. Het leven is saai.” Ze zien het ook niet zitten om Kerstmis bij ons te vieren; te ver, te vermoeiend. Dus blijven ze met zijn tweetjes noodgedwongen in het eigen appartement waar de muren zo langzamerhand op ze af komen. Ik verras ze met een lieve brief van hun oudste kleinzoon. “Dat doet goed”, zegt mijn vader. Trots: “En wat heeft hij toch een mooi handschrift.”

In een bedrukte stemming stap ik een uurtje later weer in de auto. Eenmaal onderweg besluit ik in een opwelling niet meteen rechtsaf de snelweg op te rijden, maar linksaf naar mijn geboortedorp, waar ik tot mijn 18e heb gewoond en tientallen jaren niet meer ben geweest. De kerktoren staat in de steigers, hier was mijn basisschool, hier woonde mijn beste vriendin. Ik rijd stapvoets langs mijn geboortehuis in de Anjerstraat waar ik de eerste 7 jaar van mijn leven heb doorgebracht. Vroeger woonden hier hordes kinderen. Als enig kind had ik speelkameraadjes in overvloed. Altijd speelden we op straat of in de grote speeltuin tegenover ons huis. Het is nu een eenrichtingsstraat en krap rijden langs de auto’s die er bumper aan bumper staan geparkeerd. De speeltuin is een woonwijk geworden, ook hier staat het bomvol blik. Op de hoek een grote supermarkt met parkeerplaats. Wat is er veel veranderd. En wat eng om te bedenken dat het 50 jaar geleden is dat ik hier speelde.

Weer op de snelweg voel ik me weemoedig. Wat gaat de tijd snel. Ik denk terug aan mijn gelukkige jeugd met lieve ouders die altijd voor mij klaar stonden. Ze hebben die klotesituatie waarin ze nu zitten echt niet verdiend. Ik zet de radio aan. Toevallig allemaal muziek uit de jaren ’60 en ’70, mijn jeugdjaren. ‘Paradise by the dashboard light’ komt voorbij. ‘Go your own way’, ‘Ain’t no sunshine’, ‘Night fever’. Uit volle borst meezingend rijd ik terug naar het zuiden. Net als ik – weer opgevrolijkt – onze oprit op draai, begint het nummer ‘Dream on’, van Aerosmith met de treffende tekst: Every time when I look in the mirror, All these lines on my face getting clearer. The past is gone. Krak. Gelukkig is het bijna borreltijd.

4 gedachten over “Weemoed

  1. Oh Margo wat heftig voor jou en zeker voor je ouders… extra zware tijd nu voor hen….. en dus ook voor jou. Veel sterkte en probeer er toch iets moois van te maken. Altijd hoop houden op betere tijden 🎄😍❤️

    Like

    1. Werd vanmorgen wakker met het liedje ‘mijn dorp’ van Wim Sonneveld in mijn hoofd. Heeft onmiskenbaar te maken met het feit dat ik gisteren met groot genoegen je column heb gelezen. Genoten en zó herkenbaar. Tweeledig. Het bezoek aan je ouders en de melancholieke tocht door het dorp waar je bent opgegroeid. Voor jou heeft het bezoek aan je ouders slechts één uur geduurd, zij hebben een goede dag en je hebt ze hopelijk voor de komende week weer een hart onder de riem gestoken.
      Wat is weemoed overigens een prachtig, bijna ‘vergeten’ woord!

      Like

Geef een reactie op marion tellings Reactie annuleren