Spierpijn

We gaan een weekendje wandelen in de Achterhoek. Het plan is van Doetinchem naar Doesburg te lopen en weer terug. Zo’n 25 km. Opgewekt zetten we er stevig de pas in. De heenweg voert ons over landgoederen en door bossen. Terug lopen we langs de Oude IJssel. De zon schijnt, we hebben de wind in de rug, het is heerlijk.

Dan komen we op de terugweg een obstakel tegen in de vorm van een hek met prikkeldraad en een bord ‘Verboden toegang’. Wat nu? “We klimmen erover heen”, zegt mijn man. “Het alternatief is minstens vijf kilometer omlopen.” Maar ik voel er weinig voor. Ik zie me niet over die prikkeldraad heenkomen en bovendien, we zijn nog hartstikke fit, lopen langs een mooie route, dus wat maakt die paar kilometer uit?

Na nog een uurtje lopen begin ik toch wel moe te worden. Mijn bovenbenen doen pijn. Mijn linkerknie speelt op en er steekt een mes in mijn onderrug. Het lijkt alsof er een ijzeren band om mijn hele onderlijf zit. Ik kom alleen nog vooruit als Katrien Duck. Kont naar achter en waggelend. Praten lukt ook al niet meer. Alle energie gaat naar het lopen. Het hotel haal ik ternauwernood. “Je hebt een gloeiendhete douche nodig”, zegt mijn man beslist. Maar de douche helpt amper. Ik kan niet eens bukken om mijn benen af te drogen.

’s Avonds hebben we gereserveerd in het restaurant van het hotel. Uitgerekend voor ons is een hoge tafel met krukken gereserveerd. Waar ik dus niet op kom. Pas na enig gesjor en met hulp van mijn man lukt het. Als een klein kind, word ik aangeschoven. Iedereen kijkt. Ik schaam me kapot. Eenmaal zittend ben ik ineens hartstikke misselijk. Die pijn is echt niet te harden. Schijnbaar zie ik er niet erg florissant uit, want de vriendelijke kelner komt steeds vragen of het wel gaat. Nou nee dus. Maar ik wil me niet laten kennen. Kom maar op met die wijn.

Na één slokje wijn en twee happen van mijn voorgerecht geef ik me toch gewonnen. Het eten smaakt niet, ik kan niet meer rechtop zitten en wil naar boven. Eerst weer van die rotkruk af. Met hulp uiteraard. Als een honderdjarige schuifel ik voetje voor voetje het restaurant uit, nagestaard door iedereen. “Volgens mij zit er ergens een zenuw klem”, probeer ik de pijn te verklaren. Mijn man denkt aan een andere oorzaak. Hij leest de scores op de app voor: “30,4 km gelopen, met een gemiddelde snelheid van 5,5 km/uur. Dat is best pittig.” Om dan de genadeklap te geven: “Op onze leeftijd.” Nee, nu voel ik me ineens een stuk beter zeg. Volgende keer nemen we de fietsen mee.

2 gedachten over “Spierpijn

  1. Oh Margo, gelukkig liep je laatst absoluut niet als Katrien Duck! Heb wel bewondering voor jullie hoor, heb je toch maar ‘eventjes’ gedaan!

    Like

Plaats een reactie