Onverwacht bezoek

Als ik mijn vader op vrijdagavond aan de telefoon heb, klinkt hij somber. Het duurt allemaal erg lang en nou heeft hij bovenop alle ellende ook nog corona erbij. “Maar de keelpijn is toch alweer bijna weg en het hoesten is ook al minder”, probeer ik hem moed in te spreken. “Ja, maar ik ben kortademig en heel erg moe”, verzucht hij. “Ik ga nu elke middag even naar bed, anders hou ik het niet vol. Niet dat het veel uitmaakt, er is hier verder toch niks te doen.”

Ik heb medelijden. Mijn vader is een sociaal dier. In het dorp kent hij iedereen en iedereen kent hem. Toen ik net in Maastricht woonde, kende hij mijn buren eerder dan ik. Hij was overal in de straat een welkome gast voor een gezellig praatje met vaak wat gratis tuinadvies bij de koffie. Nu zit hij al ruim twee maanden verplicht binnen in hun appartement in het verpleeghuis. Hij vindt er niks meer aan. Het leven is saai en zwaar.

In een opwelling stuur ik een bericht naar het zorgcentrum. Of er nou echt geen mogelijkheid is om even een bezoekje te brengen, al is het maar een kwartier. De volgende ochtend krijg ik een telefoontje. “We hebben het er even over gehad, en als je wilt mag je – bij hoge uitzondering – even op bezoek komen”, zegt een begeleidster. “Dan kom ik morgen, op Moederdag”, reageer ik meteen enthousiast. “Vertel ze maar niks”, zegt ze nog. “Des te groter de verrassing.”

Dus op zondagmiddag naar het zorgcentrum. Op de deur van hun appartement hangt een weinig vrolijk stemmende poster: ‘Corona! Beschermende kleding dragen’. Dat geldt uiteraard ook voor mij. Een blauwe papieren jas met strakke witte manchetten, blauwe plastic handschoenen en een mondkapje. Ik ben nog niet eens binnen of zweet me al een ongeluk. Hierin moeten mensen de hele dag werken? Niet te doen bijna.

De begeleidster staat zich ondertussen helemaal te verkneukelen: “Wat zullen ze verrast zijn. Ik ben zo benieuwd naar hun reactie.” Leuk dat ze zo meeleeft. Met een zwaai doet ze de deur van hun woonkamer open. “Kijk eens wie hier is.” Mijn moeder kijkt op, maar herkent me niet. Hoe kan het ook anders, met deze kleren aan. Ik pak haar handen en kijk haar aan. “Ik ben het mam.” Dan ziet ze ‘t. “Oh, hoe kom jij nou binnen?”  “Het is toch Moederdag”, zeg ik tegen haar. “Dus ik wou je even een cadeautje brengen.” Ik zet de meegebrachte bloeiende plant op tafel. “Nee, niet daar”, begint ze meteen te redderen. “Daar bij het raam, daar staat ie mooier. Och, wat een mooie plant.”

Ondertussen is mijn vader, die op bed ligt, opgestaan. Schuifelend achter zijn rollator komt hij binnen. “Ik dacht al dat ik een bekende stem hoorde”, zegt hij verrast. “Hoe heb je dit nou klaargespeeld?” “Bij wijze van uitzondering mag ik eventjes langskomen. Om jullie een beetje op te vrolijken. Maar ik mag maximaal een uurtje blijven.” Het uur vliegt voorbij. Voldoende gelegenheid om alle kleinkinderen en die vervelende corona-toestanden uitgebreid de revue te laten passeren. We krijgen koffie met een koekje erbij. Het is gezellig.

Na een uurtje sta ik op, ik moet gaan. Omhelzen mag niet, dus ik neem afscheid met een kneepje in de handen. Opgelucht trek ik hun halletje de beschermende kleding weer uit. Mijn kin is geïrriteerd door het mondkapje en mijn handen voelen plakkerig aan van die vieze handschoenen. Ik hoor ze tegen elkaar praten. “Dat was nou echt gezellig”, zegt mijn moeder. “Ja, een hele fijne verrassing”, beaamt mijn vader. De tranen schieten in mijn ogen. Zachtjes trek ik de deur achter me dicht.

4 gedachten over “Onverwacht bezoek

  1. Lieve Margo,

    Wat ontzettend fijn dat je je ouders hebt kunnen zien, heel ontroerend en mooi geschreven.

    Veel liefs, Astrid

    Like

Plaats een reactie