Reddende engel

In de verte zie ik ze al lopen. Langzaam, heel langzaam. Ik haal ze snel in. Het zijn twee echtparen op leeftijd, ik schat ze begin 70. Ze strompelen voort, hun bezwete gezichten vertrokken in een pijnlijke grimas. Vooral de vrouwen wekken de indruk dat ze elk moment kunnen neervallen. Ik stop en vraag of ik kan helpen.

“Och kind”, verzucht een van de vrouwen, terwijl ze mijn arm vastpakt. “We weten niet meer waar we zijn. We hebben al zo lang gelopen en kunnen gewoon niet meer.” Waar ze dan naar toe moeten? Ik krijg een voucher van een wandelarrangement in mijn handen gedrukt. “Daar moeten we zijn”, wijst een van de mannen de naam van het restaurant aan. De bestemming blijkt een uitspanning net buiten ons dorp. Het is niet ver, nog een kilometer of twee, drie lopen schat ik. Maar als ik zo naar deze mannen en vrouwen kijk, is elke meter er een te veel.

“Weet u wat, loopt u nog een klein stukje door naar de verharde weg. Ik woon hier vlakbij. Ik haal mijn auto thuis op en breng u wel naar het restaurant.” De vermoeide gezichten lichten op. Ik loop op een drafje naar huis en ben binnen een paar minuten terug met de auto. Onderweg naar het restaurant word ik de hemel in geprezen. Ik ben hun reddende engel, een lieverd, een schat. Ik word er bijna verlegen van.

Dan, gefluister op de achterbank. In portemonnees wordt driftig gezocht naar muntstukken. Bij aankomst help ik ze uitstappen. Ze bedanken mij uitvoerig. Allebei de mannen drukken mij een euro in de hand. “Voor de benzine”. Ik weiger het aan te nemen: “Dat is echt niet nodig hoor”. Als ik vijf minuutjes later weer thuis ben en in mijn jaszak grijp voor de huissleutel, voel ik daar ineens toch die twee euromunten, ongemerkt erin gegleden. Ik glimlach. Een goede daad verricht en geld voor een ijsje op de koop toe. Mijn dag kan niet meer stuk.

6 gedachten over “Reddende engel

Geef een reactie op Thea Houbiers Reactie annuleren