Messias

Voor het eerst in jaren heb ik deze Kerst het kerststalletje weer eens opgezet. De volgende ochtend is kindje Jezus verdwenen. Ik vind hem terug onder de kast, zonder handjes. De verdenking valt op Ollie. Hij legde verdacht veel belangstelling aan de dag voor de beeldjes uit de stal en het babyfiguurtje was waarschijnlijk – letterlijk – het meest behapbaar. Ik heb het kindje ondanks zijn verminkingen teruggelegd en de stal afgezet met een provisorisch hekje. De volgende dag was het kribje weer leeg. Kindje Jezus is niet meer teruggevonden.

Eigenlijk wel toepasselijk, bedenk ik later, want hier in huis aanbidden we tegenwoordig een nieuwe Messias. Hij heet Max Verstappen. Hoe vaak wij de afgelopen weken de inmiddels beroemde laatste ronde hebben gezien durf ik niet te zeggen, maar ik schat twintig keer. Minstens. Plus de beelden van de teams in Red Bull- en Mercedes garage in de pitstraat. En natuurlijk óók alle analyses en nabeschouwingen. Als onze oudste zoon zijn zus en vader – de hardcore F1-fans – tijdens het Kerstdiner verrast met tickets voor een Grand Prix in het komende seizoen, is er weer geen ontkomen aan. “Wauw, wat leuk”, aldus mijn verraste man. “Eh, nog effe de laatste ronde kijken?” En ja hoor, daar gáán we weer.

Trouwens, ook de lockdown zorgde dit jaar voor een andere sfeer. Tijdens het Kerstdiner mopperen de kinderen dat carnaval, met afstand ‘het leukste feest van het jaar’, voor de tweede keer niet doorgaat. Althans niet in de vorm die zij leuk vinden. “In de zomer toch, misschien”, opper ik voorzichtig. Maar ik begrijp er he-le-maal niks van, aldus een verontwaardigde zoon. “Daar is toch niks aan mama, bij carnaval hóórt kou en afzien.” Tja. Om het leed te verzachten zetten we dan maar de carnavalsmuziek aan. ‘Sjiek is miech dat’ bij het voorgerecht, ‘In den Hiemel’ bij de Beef Wellington. We klinken de glazen en zingen luidkeels mee. Kerstmis, Max Verstappen en carnaval, dat gaat eigenlijk heel goed samen.

Plaats een reactie