
Tienduizenden mensen liepen afgelopen zaterdag mee in de klimaatmars in Amsterdam. De beelden op televisie doen mij terugdenken aan die ene keer dat ik zelf meedeed aan een demonstratie. We schrijven 1983. Ik studeerde in Tilburg en protesteerde samen met ruim een half miljoen mensen tegen de komst van kernwapens in Nederland (liever een Rus in je keuken dan een raket in je tuin)
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat mijn vriendin en ik meer meededen uit gezelligheidsoverwegingen dan uit diepe overtuiging. Van de demonstratie zelf kan ik me weinig herinneren.
Wel staat de busrit vanuit Tilburg me nog helder voor de geest. Wij zitten voorin en hebben het hoogste woord. Mijn vriendin, altijd al haantje de voorste, werpt zich tijdens de busrit op als reisleidster. Bij het minste of geringste grijpt zij naar de microfoon om de inzittenden met verve op de hoogte te brengen van de verwachte aankomsttijd en andere relevante ontwikkelingen.
Hoe ze erbij kwam, weet ik niet. Maar na wat gesmoes met de chauffeur pakt ze op een gegeven moment weer de microfoon om te melden dat ons later die dag een grote verrassing te wachten staat. Want niemand minder dan de Bee Gees gaan optreden! Na afloop van de demonstratie, op het Malieveld! Met Saturday Night Fever nog vers in het geheugen kunnen we ons geluk niet op. De Bee Gees? Nee? Echt waar? De stemming komt er nu echt goed in. Luid zingend (stayin’ alive, stayin’ alive) rijden wij Den Haag binnen. Die kernwapens, ach die boeiden ons nog amper.
Als we na afloop van de demonstratie op het Malieveld aankomen, staat op het podium een of ander bandje te spelen. Het voorprogramma denken wij dan nog. De naam? Iets met ‘Brothers’. Waarschijnlijk begon hun achternaam ook met een G? Hoe dan ook, dat waren dus de ‘Bee Gees’. Mijn vriendin had het allemaal een beetje verkeerd begrepen…
Op de terugweg zitten wij stilletjes achterin.