
Of ik zin heb om mee te gaan naar de film. The Return of the King, het derde deel van The Lord of the Rings trilogie. “Die hebben we toch al een stuk of 30 keer gezien?”, zeg ik. “Maar dit is de extended version”, zegt mijn zoon. “Met bijna een uur aan extra materiaal! En trouwens, ik heb die film nog nooit in de bioscoop gezien, want toen ie destijds uitkwam was ik nog te klein.”
Zelf ben ik een groot fan van Lord of the Rings, zowel de boeken als de films. En ik vind ook dat een film – zeker deze – veel beter tot zijn recht komt op een groot scherm. Zo komt het dat wij op zondagavond naar Pathé gaan. Naar een film die we van voor naar achteren kennen. Op dat extra materiaal na dan. “Moet je niks te eten en drinken meenemen”, vraagt mijn man nog. Maar dat wuiven we weg. We kopen daar wel popcorn en een drankje. We gaan er een ouderwets filmavondje van maken.
We komen binnen in een doodse bioscoop. Er zijn nauwelijks mensen, dat was natuurlijk te verwachten. Maar zo weinig? Wat veel erger is, is dat er helemaal niets te koop is. Nada. De koelvitrines zijn vergrendeld, de popcornbalie is gesloten, de koffieautomaat staat uit en alle bakken met snoep en chips zijn afgedekt. Ik voel meteen ontzettende dorst opkomen. Mijn zoon ook. Nog even snel naar de AH? Dat halen we nooit, besluiten we. Dan maar onder de kraan op de toiletten. Gezellig.
Als we in de zaal komen, blijkt dat wij de enige stommelingen zijn die niet waren voorbereid op de lege schappen. De pakweg 20 mensen in de zaal zijn allemaal ruimschoots voorzien van cola, blikjes bier, chips en ja, zelfs (voorverpakte) popcorn. Het kan toch niet dat ze dat allemaal hebben meegenomen! Is hier ergens een drank- of snoepautomaat? Mijn zoon gaat voor de zekerheid nog een keer op zoek, maar nee, er is echt niks te vinden. Mijn mond voelt steeds droger aan en dan moet de film nog beginnen. Het belooft een lange avond te worden.
Naast mij, drie stoelen verder, zit een man die het wél goed voor elkaar heeft. Als in de beginscène Sméagol en Déagol om de ring vechten, scheurt mijn buurman zijn eerste zak chips open. Na de eerste volgt de tweede. En de rest. Vier en een half uur lang, ik overdrijf dit niet, kraakt hij chipje voor chipje naar binnen, af en toe afgewisseld met een kloeke slok cola. Mijn dodelijke blikken in zijn richting mogen niet baten.
Ondertussen zitten wij uitgedroogd naar de avonturen van Frodo te kijken. Ik moet toegeven dat het extra materiaal echt wel de moeite waard is. Maar ik ben nog nooit zo blij geweest als eindelijk die rot ring het vuur in gaat. We weten niet hoe snel we naar buiten moeten komen. Naar huis! Naar de koelkast! Nog nooit smaakte een pilsje zo lekker.