De Hond

Aangezien wij nog geen zomervakantie hebben gehad, besluiten we een weekje te gaan nazomeren in De Haan, aan de Belgische kust. Waaraan De Haan zijn naam heeft te danken, heb ik niet kunnen achterhalen. Wel ben ik van mening dat het dorp beter De Hond zou kunnen heten, want echt iedereen houdt er van honden en/of heeft een hond.

Honden in alle soorten en maten; los, aan de lijn, in buggy’s (ja echt!) en op schoot in restaurants. Aangezien wij onze Ollie hebben meegenomen, laat de integratie niet lang op zich wachten. Ollie valt op en dat is nog zacht uitgedrukt. Vanachter de mondkapjes regent het complimenten in alle talen. “Amai, wat een schone hond is dat!”. “Ah, der ist schön!” “what a beautiful dog”, ‘c’est un beau chien!” Etc. etc. Ideaal om onze talenkennis bij te spijkeren. We zijn nu in staat in vier talen uit te leggen welk ras het is, hoe oud hij is, dat zijn zwarte snoetje helaas binnenkort plaatsmaakt voor een blonde toet, dat hij niet verhaart en inderdaad super lief en mooi is.

Ik overdrijf niet als ik zeg dat mensen breed lachend de straat oversteken om onze hond te aaien en nadere informatie over het ras in te winnen. In restaurants komen mensen om dezelfde reden ongevraagd bij onze tafel staan en duiken er zelfs onder om Ollie onder zijn kin te kriebelen. Eerlijk is eerlijk, we zijn best gevleid. Maar al die complimenten hebben een keerzijde.

Want als mensen jouw hond bewonderen, is het niet meer dan beleefd om ook andermans hond te complimenteren over uiterlijk dan wel gedrag. En dan krijg je ongevraagd informatie waar je niet altijd op zit te wachten. Zo weten wij nu alles over kleine Dotje, die begin dit jaar is aangereden en oh wonder en tot groot geluk van haar baasjes, het heeft overleefd. Na drie dagen coma plus een zware operatie, dat wel. Frits, die hyperactief is, of nee hyperintelligent, maar dankzij spelletjes die zijn baasje elke dag met hem speelt tóch hanteerbaar blijft. Kari, de enorme Riezen Schnauzer, die volgens zijn eigenaar ontzéttend goed is opgevoed, maar het toch niet kan laten om tot vervelens toe zijn kop bij mij op schoot te leggen als ik zit te eten in het restaurant. Zie dan nog maar eens van je mosselen te genieten.

Maar toch, je went aan al die lovende woorden. Dus als wij eenmaal thuis een kort bosrondje doen en onderweg een hondenbezitter tegenkomen, kijken we hem verwachtingsvol aan. “Die hond mag hier niet los”, snauwt hij. Oké, duidelijk. De vakantie is voorbij.    

Plaats een reactie