
Nadat we in het begin van de quarantaine de zolder onder handen hebben genomen, was dit weekend de kelder aan de beurt. Met gezonde tegenzin gaat mijn man een aanhanger huren, terwijl wij ondertussen alvast de mouwen opstropen. De kelder is al jaren de vergaarbak van allerlei spullen die we beslist niet meer nodig hebben ‘maar die nog weleens goed van pas kunnen komen’. Met andere woorden, het staat mudjevol meuk.
Denk dan aan nuttige dingen zoals het waterreservoir van een oude Nespresso-machine (want stel dat het huidige kapot gaat), fietsen in diverse stadia van ontmanteling (die onderdelen zijn geld waard!), gammele boekenrekken en –kasten, oude blikken verf, administratie van ruim 20 jaar geleden (inclusief zilvervisjes), kinderzitjes voor op de fiets (voor de kleinkinderen?), een extra stoel voor een auto die we twaalf jaar geleden verkocht hebben, een hondenmand (of zullen we…? Nee!) serviesgoed en andere spullen van mijn ouders (voor als in augustus de laatste weer op kamers gaat?). Dan natuurlijk de lp-verzameling waaraan ontelbare herinneringen kleven, dozen vol boeken die niemand ooit meer gaat lezen (ook hier: inclusief zilvervisjes), heel veel lelijke kerstballen en een hometrainer/roeiapparaat waar ik, schat ik, vijf keer op heb gezeten. De hometrainer zetten we aan de straat ‘want daar is vast nog wel iemand blij mee’, en dat klopt nog ook.
Opruimen en afscheid nemen van spullen is eigenlijk een proces van loslaten en accepteren dat bepaalde tijden definitief voorbij zijn. Het is mooi om dat samen met onze kinderen te doen. Die daar overigens heel verschillend op reageren. Met grote ogen en op ongelovige toon: “Wil je dit écht bewaren?” (over het waterreservoir Nespresso) tot “Néé, niet wegdoen! Daarmee gooi je mijn jeugd weg” (dozen met dvd’s). Na een paar uurtjes buffelen, is de kelder zo goed als leeg en keurig aangeveegd. Wat een heerlijk gevoel. We nemen ons heilig voor het voortaan zo netjes te houden (ben benieuwd).
Een paar hervonden schatten nemen we mee naar boven. Zoals een doos met oude foto’s waarvan ik niet meer wist dat ik ze had. Foto’s van een bijzondere bruiloft in Frankrijk, van mijn studentenhuis, van ons vriendinnenclubje in studententijd (een verbaasde zoon: “wat zag je er toen goed uit mama!” (en bedankt), van mijn afstuderen in Tilburg, op kantoor bij mijn eerste werkgever en van een zeilweekend met een oude liefde. Ook zijn er foto’s van mijn afstudeerborrel die mijn ouders organiseerden voor mijn ooms en tantes. Veel mensen die lachend in de camera kijken, zijn er al niet meer en dat is best confronterend. Ik besef dat de foto’s op tafel herinneringen van dertig jaar of meer bevatten. Een tijd die voorbij is geflitst. Ongeveer zo’n zelfde periode ligt – als we geluk hebben – nog voor ons. Corona of niet, ik voel dat het de hoogste tijd is om een (bescheiden) bucketlist te maken. De kelder leeghalen zet ik er ook gewoon op, dan kan ik in elk geval al één ding afstrepen.