
De eerste weken van social distancing vond ik heel goed te doen. In zekere zin best wel lekker zelfs. Een weekje of drie (dachten we toen nog) geen afspraken, veel tijd om weer eens uitgebreid te lezen en te koken. De zon scheen, lekker de natuur in en gezellig met alle kinderen thuis. Vrijwel elke avond buiten borrelen en eten. Net zomervakantie, maar dan anders. Nu, pakweg acht weken later, hangt het hele 1,5 meter fenomeen me danig de keel uit.
Ik heb drie dikke en diverse dunnere boeken uit, kan geen Netflix meer zien en ben ondanks al het gewandel een paar kilo aangekomen (zou elke dag zo’n heerlijke gebakken sandwich met druipende kaas en mayonaise dan toch niet zo gezond zijn?). Mijn coronakapsel met grijze uitgroei begint ook nogal op mijn gemoed te werken. Net als die flanel pyjamabroek die ik tegenwoordig wel erg veel draag. Ma Flodder is er niks bij. Ik moet eigenlijk van alles doen, maar kan me er slecht toe zetten. Ik ben moe en heb nergens zin in. “Flauwekul”, spreek ik mezelf toe. “Ga gewoon wat doen!”
Dus eerst de werkkamer maar eens opruimen. Die uitpuilende rode doos, wat zit daar eigenlijk in? Van alles zo blijkt. Vooral veel rommel die weg kan. Helemaal onderin vind ik een paar envelopjes met daarin kleine opgevouwen briefjes. Ik was ze vergeten, maar weet me meteen te herinneren dat ik deze van de twee jongsten kreeg. Tot hun groot verdriet was ik tien jaar geleden, in verband met een opleiding in Rotterdam, elke maand een paar dagen weg. Altijd was er wel eentje zwak, ziek of misselijk. En altijd wel een kind met smekende ogen en trillende lipjes bij de deur: “Moet je echt gaan mama?”, opzichtig de hand tegen de buik drukkend om aan te geven dat het daar héél erg pijn deed. Vlak voor vertrek kreeg ik dan zo’n envelop met briefjes waarop in hanenpoten staat geschreven wanneer ik ze mag lezen. Voor elke dag afwezigheid één briefje.
In het envelopje dat ik in mijn handen heb, zitten vier opgevouwen blaadjes. Ik pak er willekeurig een uit: ‘Donderdag, openen na de kurzus’. Ik lees: ‘Lieve mama ik verheug me zo op vanavond. Niet normaal gewoon diken kus.’ Oh, wat lief. Ik pak er nog een. Hier waren ze al wat ouder want ‘leren is saai super boring hier.’ Maar gelukkig ook: ‘Nog maar 1 nachtje zonder jou. Knuffel.’ Met een hartje erbij.
Dit is leuk zeg. Ik voel me een stuk blijer worden. Plotseling een ping op de computer. Een mail met nieuwe opdracht. Dat is helemaal geweldig. “Vanmiddag even online meeten?”, vraagt de opdrachtgever. “Prima”, mail ik terug. Ik voel nieuwe energie door me heen stromen. Werk! Deadlines! Heerlijk! Ik mik alle spullen, behalve de briefjes, terug in de doos. Opruimen komt later wel. Nog net even tijd om voor de meeting iets aan die uitgroei te doen en mijn gezicht op te maken. En die pyjamabroek, ach die zien ze toch niet.