
Met twaalf vriendinnen gaan we een weekend naar Overijssel, waar een van ons een tweede huis heeft. Het huis is prachtig. Het ligt afgelegen, verscholen tussen de bomen en te midden van uitgestrekte weilanden. De zon schijnt volop, het belooft een geweldig weekend te worden.
De enige echte tegenprestatie die van ons wordt verwacht, is dat we de nieuwe aanplant water geven. Dat heeft mijn vriendin, de eigenaresse van het huis, haar man beloofd. Geen probleem uiteraard. Dat doen wij wel eventjes. Dan blijkt dat het niet om een paar struikjes gaat, maar om ruim 200 bomen en struiken. Ze staan verspreid over het terrein, toch al gauw een paar voetbalvelden groot. We hebben drie gieters.
Dat moet slimmer kunnen, denken wij optimistisch. In de schuur valt mijn oog op een groot blauw vat op wielen. Normaal gesproken wordt dit achter de tractor gehangen, maar aangezien niemand van ons daarmee durft te rijden, kiezen wij voor de handmatige aanpak. We vullen gewoon het vat, duwen het naar het veld en vullen daar de gieters is het idee. Dat gaat ons veel tijd schelen.
Het kost veel kracht om het vat (200 liter!) uit de schuur te trekken. Maar het lukt. De volgende uitdaging is het vullen ervan. Er liggen wat losse tuinslangen met koppelstukken, die moeten eerst met elkaar verbonden worden. Na een half uur verwoede pogingen slagen we er eindelijk in. De kraan gaat aan. Een flinke straal uit onverwachte richting spuit ons bijna nat. We hebben de verkeerde slangen gekoppeld. De slappe lach slaat toe.
Maar zo snel geven wij niet op. Na veel gedoe, lukt het om het vat te laten vollopen. We staan er voldaan bij te kijken als een vriendin door haar man wordt afgezet. Hij vraagt belangstellend wat we aan het doen zijn. “Ja maar, hoe krijgen jullie dit bij het veld?”, vraagt hij. “Duwen”, zeggen wij onnozel. Hij kijkt ons verbijsterd aan: “Dat is toch veel te zwaar.” Tja, daar heeft hij wel een punt. We kregen het leeg al nauwelijks van zijn plek. Daar staan we dan met ons goede idee.
Het vat moet dus weer leeg en terug naar de schuur. Twaalf hoogopgeleide vrouwen blijken dan een man nodig te hebben om die klus te klaren. We zijn er even stil van (een unicum). Het is uren later als de bomen en struiken eindelijk hun water krijgen. Met drie gieters.
Niemand kwam op het idee om die ene man te vragen of hij even met de tractor wilde rijden?
LikeLike
Dat wilde hij niet want hij had z’n goede kleren aan!
LikeLike
Hilarisch! Wat beschrijf je levendig. Knap om in zulke compacte zinnen de spijker op z’n kop te slaan. Het is alsof ik erbij sta. Top Margo!
LikeLike